maandag 20 juni 2005, door Besselink Leonard F. M.
Alle versies van dit artikel:
Deze notitie bevat enige opmerkingen die behulpzaam kunnen zijn bij het beantwoorden van een aantal vragen die gesteld zijn in verband met de juridische houdbaarheid van voorstellen tot uitbreiding en aanscherping van de inburgeringsplicht voor buiten de EU/EER (in Europa) geboren personen, neergelegd in de zogenoemde contourennota ‘Herziening van het inburgeringsstelsel’, dat namens het kabinet door de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie op 23 april 2004 aan de Tweede Kamer is aangeboden (verder te noemen: de Contourennota).
De opbouw van deze rapportage - die in zeer korte tijd tot stand moest worden gebracht - is als volgt. Eerst worden enkele algemene inleidende opmerkingen gemaakt.
Na beschrijving van de voorgestelde (uitbreiding van de) inburgeringsplicht en de aanduiding van enkele onduidelijkheden daarin, wordt het algemene juridische toetsingskader geschetst. Daarin worden de algemene normen op het punt van gelijke behandeling en non-discriminatie aangeduid, waaraan vervolgens de voorstellen tot uitbreiding en aanscherping van de inburgeringsplicht in algemene zin wordt getoetst.
Hierna wordt voor verschillende groepen personen die aan de voorgestelde inburgeringsplicht zouden worden onderworpen meer in het bijzonder nagegaan welke bijzondere juridische problemen aan de voorstellen kleven. De reden om, naast de algemene toets, nog deze bijzondere toetsing te laten plaatvinden, is tweevoudig. Ten eerste bestaan er verschillen tussen deze drie groepen, welke het nodig maken hen onderling te onderscheiden. Ten tweede geldt voor de te onderscheiden groepen personen aparte juridische regimes die Nederland gehouden is na te leven.
De volgende hoofdgroepen moeten worden onderscheiden:
niet-Nederlandse EU-burgers,
Nederlandse EU-burgers en
niet-EU-burgers.
Daarbinnen bestaan verschillende sub-groepen waarvoor bijzondere juridische regimes gelden.
Benadrukt zij dat deze specifieke juridische regimes vaak niet losstaan van de algemene normen op het vlak van ongelijke behandeling en discriminatie, zodat regelmatig moet worden teruggegrepen op het algemene kader en de algemene toets die in het algemene deel te vinden is.
Download at PDF format